DISCLAIMER - © 2018
boeken
baby

Kraamtijd van A tot Z

afvallen
anti D /immuno globuline
anticonceptie
aambeien
babyweegschaal
bekkenbodem

bewaren van moedermelk
candida
gehoortest

gewicht van de baby
haaruitval
hechtingen

huisarts
heupjescontrole
hielprik
koortslip
kraampakket restanten

kraamtranen
naweeën
plassen
spruw
verlof
vitamine K
Vitamine D

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Afvallen


Een pasgeboren baby heeft direct na de bevalling wat extra vocht bij zich en daarbij ook een unieke vetreserve rond hun botjes. Dit heeft de natuur zo geregeld, omdat ze een tijdje op hun reserves moeten teren tot de borstvoeding op gang komt. Het is dus heel normaal, dat een kind de eerste dagen flink kan afvallen. Meestal duurt dit een dag of drie en dan gaan ze weer groeien.

Dagelijks word de baby gewogen door de kraamverzorgster en genoteerd. Bij een gewichtsverlies van 7 % gaan we al kijken naar manieren om de voeding wat te verhogen. Bij een gewichtsafname van 10 % of meer voeden we kindjes bij. Deze regel is afhankelijk van het gewicht van de baby.

 

 

 

 

 

 



Anti D of anti D immunoglobuline


Een deel van de vrouwen is rhesus negatief. Dit is een bepaald kenmerk van je bloedgroep. Bij deze vrouwen is het mogelijk dat ze zwanger zijn van een kindje met een rhesus posititeve bloedgroep. In de zwangerschap of bij de bevalling kan er bloed van de baby in de bloedsomloop van de moeder komen. Dit zou aanleiding kunnen geven tot het aanmaken van antistoffen tegen je eigen kind.

Dit is de reden dat we in de zwangerschap  bij 27 weken  bloed afnemen om te kijken  wat de bloedgroep van je kind is. Dit kunnen we tegenwoordig in het bloed van de moeder zien. Bij de uitslag ontvangen we dan bericht of de moeder anti D nodig heeft,  in en ná de bevalling.
Dit is een stof die we per injectie in het been toedienen.  Deze stof zorgt ervoor dat je geen antistoffen aan gaat maken. Dit is erg belangrijk voor een volgende zwangerschap of bloedtransfusie.

Niet alleen een bevalling kan aanleiding geven tot de aanmaak van antistoffen. Ook een miskraam, ongeluk, ernstige val of het doen van een uitwendige versie kan oorzaak zijn. Vandaar dat ook na deze situaties anti D wordt gegeven.

 

 

 

 

 



Anticonceptie


Na de bevalling staat je hoofd niet meteen naar het regelen van anticonceptie. Toch is het wel belangrijk er even bij stil te staan. Je kunt weer een ovulatie krijgen binnen een maand na de bevalling en dus kun je na  een maand weer zwanger raken.
Er zijn verschillende methodes van anticonceptie. Wat voor jou geschikt is, is afhankelijk van jouw voorkeur, of je borstvoeding geeft, hoelang geleden je bevallen bent en meer van dat soort zaken. We zullen aan het eind van je kraamtijd met je doorlopen, wat je wilt.

Zie ook: AnticonceptieKompas.nl. Dit is een onafhankelijke website die vrouwen helpt om een keuze te maken uit de vele soorten anticonceptiemethoden. Door een aantal vragen te beantwoorden worden persoonlijke wensen en voorkeuren snel duidelijk.

 

 

 

 

 

 

Aambeien


Aambeien (haemorrhoïden) zijn uitgezakte zwellichamen nabij de anus, u kunt ze het beste vergelijken met spataderen. Aambeien zijn dus eigenlijk een soort gezwollen bloedvaten, vergelijkbaar met spataderen. Ze zitten alleen op een vervelende plaats: binnen de sluitspier van de anus. Soms zijn ze zo gezwollen dat ze naar buiten puilen. Het is een pijnlijk gevoel, vooral tijdens en na de stoelgang. Door het persen bij de bevalling is er veel druk gekomen op de anus. De meeste vrouwen hebben na de bevalling last van aambeien. Deze klacht gaat vanzelf ook weer over. Mocht je veel klachten hebben of de aambeien verdwijnen niet vanzelf, dan is soms medicatie nodig. Dit kunnen wij voorschrijven. In geval van bloed bij de ontlasting of extreme pijn, dan raden we je aan een afspraak te maken met je huisarts. 

 

 

 

 



Babyweegschaal


Het is niet noodzakelijk van tevoren een  weegschaal te huren. Meestal heeft de kraamverzorgster een “weeghaak” waarmee ze de baby dagelijks weegt. In sommige gevallen, vragen wij u toch een weegschaal te huren. Redenen hiervoor zijn; een heel laag of hoog geboortegewicht of bij een kindje dat prematuur is geboren of dat voedingsproblemen heeft.

Een weegschaal kunt u huren bij de Vegro, Vennestraat 13, 2161 LE Lisse, telefoon: 0800 - 2 88 77 66 (gratis en 24 uur per dag, 7 dagen per week bereikbaar). Faxnummer: 0252 - 430 301.

 

 

 

 

 

Bekkenbodem


De bekkenbodem bestaat o.a. uit een soort spierplaat bestaande uit meerdere spieren. De bekkenbodem heeft meerdere functies, namelijk steunen (van inwendige organen zoals blaas, baarmoeder en darmen), openen en sluiten.
De bekkenbodemspieren kunnen te zwak of juist te gespannen zijn. Ook kan het zijn dat de bekkenbodemspieren niet op de goede manier of op het juiste moment functioneren, waardoor stoornissen optreden. Dit kan optreden tijdens de zwangerschap t.g.v. hormoonwerking welke de spieren slapper maken en na de bevalling t.g.v. de oprekking van de bekkenbodemspieren.

Enkele veel voorkomende bekkenbodemklachten zijn:

  • ongewild verlies van druppels urine tijdens inspanning (stressincontinentie)
  • veelvuldig optredende, plotselinge, hevige, te onderdrukken aandrang om te plassen  (urge-incontinentie)
  • ongewild verlies van ontlasting (faecale incontinentie)
  • het bij herhaling slechts moeizaam kwijt kunnen van ontlasting (obstipatie)
  • verzakking van de blaas, baarmoeder of darmen
  • in sommige gevallen, pijn in de onderbuik, rond de anus of geslachtsdelen
  • in sommige gevallen pijn bij het vrijen

Wat kun je hier zelf aan doen?
Oefen regelmatig je bekkenbodemspieren: trek je buik goed in, probeer je vagina en anus aan te trekken en probeer dit een paar tellen vast te houden. Daarna alles weer goed loslaten. Doe dit ongeveer tien keer per dag. Schrik er de eerste dagen na de bevalling niet van dat je nog niet zo goed voelt waar deze spieren zich bevinden. Zonodig kunnen wij je doorverwijzen naar de fysiotherapeut of cesartherapeut.

 

bewaren van moedermelk

(voor een kindje dat op tijd geboren is en verder gezond is)

vers afgekolfde melk

op kamertemperatuur tot 25 graden C                6-8 uur

koelkast bij 4 graden C                                     3-5 dagen

vriesvak in koelkast ( - 15 gr)                             2 weken

vriesvak met eigen deur ( -18 gr)                        3-6 maanden

diepvriezer ( - 20 gr)                                          6-12 maanden

in de koelkast ontdooide moedermelk

kamertemperatuur tot 25 gr                               4 uur

koelkast bij 4 gr                                               24 uur

buiten de koelkast ontdooide moedermelk

kamertemperatuur tot 25 gr                              meteen gebruiken en niet bewaren

koelkast bij 4 gr                                              4 uur      

 

 

 

 

 

 



Candida


Gist- of schimmelinfectie (= mycose) met Candida albicans. Bij een schimmel-infectie van de mond wordt gesproken van spruw. Lees meer op de pagina Spruw.

 

 

 

 

 



Gehoortest


Deze test wordt in de loop van de eerste vier weken door de wijkverpleegkundige op het consultatie-bureau uitgevoerd. Je krijgt per post een oproep.

Wat gebeurt er bij de test?
Al bij pasgeboren baby's kunnen Oto-Akoestische Emissies (OAE's) worden gemeten. Dit zijn hele zwakke geluiden die een goed oor zelf maakt als het een ratelgeluidje hoort. Deze zwakke geluidjes die het oor maakt, kunnen gemeten worden. Er wordt in het oor van een baby een heel klein dopje gedaan. In dat dopje zit een piepklein luidsprekertje dat een ratelgeluid geeft. In dat dopje zit ook een heel klein microfoontje. Daarmee worden Oto-Akoestische Emissies gemeten. De test kan het beste gedaan worden als de baby slaapt of bijvoorbeeld aan de borst ligt. De baby zal nauwelijks iets van de meting merken en meestal gewoon doorslapen. Het is belangrijk dat gehoorstoornissen vroeg opgespoord worden, met name voor de spraakontwikkeling.

 

 

 

 

 

Gewicht van de baby


Het is heel normaal dat een kind de eerste dagen afvalt. We houden het gewicht dagelijks in de gaten. Bij een gewichtsverlies van 7 % proberen we de productie van borstvoeding te stimuleren. Bij een gewichtsverlies van 10 % zullen we een baby bijvoeding gaan geven. Bij een kindje dat flesvoeding krijgt, houden we het drinken goed in de gaten, maar gaan niet de voeding ophogen.

 

 

 

 



Haaruitval


Onder invloed van hormonen kunnen vrouwen na de bevalling haaruitval krijgen. In de loop van de zwangerschap is er juist versterkte haargroei. Het is dus heel normaal dat het lijkt of je veel meer haren verliest dan gebruikelijk. Bij extreme haaruitval, is het raadzaam naar de huisarts te gaan.

 

 

 

 

 

 


Hechtingen


Het kan gebeuren dat je bij de bevalling wat inscheurt of dat er een knip is gezet. Dan heb je  waarschijnlijk hechingen. Het is belangrijk dat je de hechtingen goed verzorgt. Allereerst kun je het beste onder de douche plassen. Op deze manier voorkom je dat de urine die langs de wond loopt, irritatie geeft en je spoelt de wond goed schoon.
Gebruik geen zeep. Water is voldoende.  Doe dit elke keer als je naar het toilet bent geweest.
Na een aantal dagen kunnen de hechtingen trekkerig aanvoelen en zelfs jeuken. Dit betekent dat de wond aan het genezen is.
Het is ook goed om tijdens het rustuurtje een tijdje zonder ondergoed op een matje te liggen. Goed luchten bevorderd de wondgenezing.

 

 

 

 

 

Huisarts


Wij zullen na de bevalling  de huisarts bericht sturen .
In Lisse komt de huisarts meestal in de eerste 10 dagen langs.  Soms kijken ze de baby nog even na.  Vanaf een week na de bevalling moet je de huisarts altijd bellen, als je denkt dat de kleine ziek is. Koorts, ijskoud zijn en niet goed op te warmen, niet meer willen drinken en alsmaar spugen kunnen tekenen zijn van infectie.  Ook kun je het merken aan slapheid en sufheid. Bel altijd meteen de huisarts als je je zorgen maakt.

 

 

 

 

 

 

Heupjescontrole


Op het consultatiebureau worden de heupjes van een pasgeboren kindje gecontroleerd.
Dit is een test om te zien of je kindje heupdysplasie heeft. 
Dit is de meest voorkomende aangeboren afwijking in Europa en wordt veroorzaakt door een, meestal aangeboren, onvoldoende ontwikkeling van het heupgewricht. De heupkom , dat het komvormige gedeelte van het bekken vormt, is (nog) te plat, waardoor het bovenste deel van het dijbeen (heupkop) onvoldoende wordt vastgehouden in de heupkom. Dysplasie is een woord dat afgeleid is van het Griekse dys hetgeen mis of verkeerd betekent en plasie dat vormen betekent, dus misvorming.
Deze aandoening komt bij meisjes meer voor dan bij jongens. Het betreft vaker de linkerheup dan de rechterheup. Heupdysplasie treedt in Europa op bij 2 tot 4% van de geboortes.
Zie ook: www.heupafwijkingen.nl 

In het LUMC kun je ook naar het heupjesspreekuur.  Hier worden de mensen naar toe gestuurd, wiens kinderen lang in stuit hebben gelegen of als heupafwijkingen in de familie voorkomen.
Het heupjes spreekuur is op donderdag van 8.30 uur tot 11.00 uur op de polikliniek orthopedie.
Er zijn kosten aan verbonden, maar die worden direct bij uw verzekering gedeclareerd.

 

 

 

 


 

Hielprik


In Nederland worden pasgeboren kinderen gecontroleerd op 18 ziektes, door middel van een simpele bloedtest. Minimaal 72 uur na de bevalling wordt er wat bloed afgenomen uit het hieltje van de baby. Dit wordt door de verloskundige gedaan of door een medewerkster van het consultatie bureau.
Het bloed van de hielprik wordt onderzocht op een aantal zeldzame ziektes. Op dit moment kunnen we 18 ziektes opsporen, waaronder; schildklier afwijking, sikkelcelziekte,  cystic fibrose en adrenogenitaal syndroom. De meeste daarvan zijn erfelijk. Ze komen gelukkig niet vaak voor. De aandoeningen zijn niet te genezen, maar wel te behandelen. Bijvoorbeeld met medicijnen of een dieet.
Na de test moet u vier weken wachten voor u weet of alles in orde is. Het bloed wordt in het laboratorium onderzocht. Als de hoeveelheid afgenomen bloed te weinig blijkt voor het onderzoek, wordt de hielprik overgedaan. Dan nemen wij contact met jullie op. Je ontvangt GEEN bericht als de uitslag van het laboratoriumonderzoek GOED is.
De test is niet verplicht, maar wel aan te raden.

Kijk ook op www.rivm.nl/hielprik voor aanvullende informatie.

 

 

 

 

 

 


                              

 


Koortslip


Een koortslip is een virusinfectie van de huid op of nabij de lippen. De klachten beginnen typisch met plaatselijke jeuk en branderigheid van de huid. De huid zwelt op, wordt rood en vervolgens ontstaan kleine blaasjes. Na enkele dagen drogen de blaasjes in tot korstjes. Na ongeveer 10 dagen is de lip weer helemaal genezen. Kenmerkend voor een koortslip is dat hij met enige regelmaat terugkomt.

De infectie wordt veroorzaakt door het herpes simplex virus. Het herpesvirus in de koortslip is zeer besmettelijk. Het virus is aanwezig in de blaasjes en de verse korstjes en kan door zoenen of ander lichaamscontact worden overgebracht. Zo kunnen ook het oog of op de geslachtsorganen besmet raken. Wanneer de huid weer genezen is kan er geen virus meer worden overgedragen.

Het virus houdt zich schuil in de zenuwbanen van de huid, en kan vanuit deze schuilplaats weer toeslaan. Omdat het virus zich steeds weer terugtrekt in dezelfde zenuw, komt de koortslip ook typisch steeds op dezelfde plaats terug. Oorzaken van hernieuwde infecties zijn o.a. daling van de weerstand (zwangerschap en bevalling), ziekte (koorts!) en verbranding in de zon.

Een koortslip is lastig en pijnlijk maar is in principe niet gevaarlijk voor degene die de koortslip heeft. Voor baby’s is een herpes infectie wel zeer gevaarlijk en soms zelfs dodelijk. In het Engels wordt een ‘koortslip-kus’ aan de baby ook wel de kiss of death genoemd: de ‘doodskus’. Vermijdt dus lichamelijk contact met een baby als u een koortslip heeft. Wanneer je regelmatig een koortslip hebt, moet je zelfs zeer terughoudend zijn met het knuffelen en zoenen van pasgeboren baby’s in perioden dat je géén blaasjes hebt. Het is namelijk zeer waarschijnlijk dat niet alleen tijdens een koortslipperiode, maar ook in de tijd vóór een koortslip ontstaat en zichtbaar is, al besmettelijk virus kan worden geproduceerd in de huid. Wanneer je zelf zwanger bent of een pasgeboren baby hebt en ook regelmatig een koortslip ontwikkelt, is het verstandig om dat aan ons en/of je arts te melden.

Lees ook even over koortslip op de site babyopkomst.

 

 

 

 

 

 

Kraampakket restanten

Als er na de bevalling  producten over zijn uit het kraampakket, dan kun je deze doneren aan de Stichting Baby Hope. Deze stichting zamelt kraammaterialen in voor projecten in Afrika, Zuid Amerika en Oost Europa. Deze materialen zijn hygiënisch en dragen daardoor bij aan veilige bevallingen. Via de website www.stichtingbabyhope.org  kun je lezen aan welke materialen behoefte is. De overgebleven kraammaterialen ( zelfs aangebroken pakken) kun je bij ons inleveren en dan zorgen wij dat het bij een inzamelpunt terecht komt.

 

 

 

 

 

 

 

Kraamtranen


Tranen in de kraamweek komen regelmatig voor. Schaam je hier niet voor.
Dit is heel normaal.
De oorzaken kunnen velerlei zijn. De hormonen hebben hier ook een groot aandeel in. Het is daarom ook niet altijd te voorkomen. Zorg daarom voor voldoende rust. Laat je helpen. Geef jezelf de tijd om alles wat er gebeurt te verwerken.

 

 

 

 

 


 

Naweeën

Naweeën zijn samentrekkingen van de baarmoeder die in de loop van de weken er voor zorgen dat de baarmoeder weer ongeveer zijn grootte krijgt van voor de zwangerschap. Door deze samentrekkingen worden bloed en weefsel uitgestoten.

Deze naweeën kunnen flink pijnlijk zijn. Na een niet-eerste bevalling zijn er meestal meer naweeën dan na een eerste bevalling.

Tijdens en na de borstvoeding kan je ook meer last hebben van naweeën.
Probeer iedere drie uur te plassen maar in ieder geval voor de borstvoeding.
Neem gerust een pijnstiller in de vorm van 2 tabletten paracetamol (= 1000 mg totaal), met een maximum van 3000 mg per dag. Dit mag ook bij borstvoeding!!

 

Plassen


Na een bevalling voel je meestal niet dat de blaas vol is. Ga daarom iedere 3 uur plassen en schrik er niet van wanneer je al urine verliest voordat je op de wc zit.

Dit komt echt weer goed in de loop van de eerste week, maar het is wel belangrijk dat je bekkenbodemspier-oefeningen doet.

Het plassen kan soms een beetje gevoelig zijn omdat er bijna altijd wel wat kleine scheurtjes aan de binnenzijde van de vagina zijn.

Door veel te drinken, verdun je je urine waardoor het niet meer zo erg zal prikken. Plas vooral ook stevig door met een krachtige straal zodat de urine niet heel langzaam langs de eventuele wondjes sijpelt. Terwijl je plast kan je water er langs schenken waardoor je de urine nog eens extra verdunt.

 

Onder de douche plassen is ook een optie. Handig, dan zijn ook je hechtingen goed gespoeld. Daarna droog deppen en bij hechtingen nog even goed laten luchten.
Zie hechtingen.

 

 

 

 

 

 

 

Spruw

Veel problemen bij borstvoeding worden veroorzaakt doordat de baby niet goed aan de borst ligt. Niet goed aanleggen leidt tot pijnlijke tepels en het niet goed leegdrinken van de borst, waardoor melkkanaaltjes verstopt raken, met alle gevolgen van dien.

Als het voeden ondanks goed aanleggen toch pijn doet, of als de baby slecht drinkt ondanks dat hij in eerste instantie wel goed hapt, dan zou er sprake kunnen zijn van spruw bij de baby en candidiasis bij de moeder.

Spruw en candidiasis worden veroorzaakt door de candida albicans. Dit is een gist die van nature voorkomt in de darmflora, op de slijmvliezen en op de huid. Onder bepaalde omstandigheden kan de gist veranderen in een schimmel en een ontsteking veroorzaken. Spruw en candidiasis komen meestal bij de baby en de moeder tegelijk voor, hoewel het niet bij beiden duidelijk zichtbaar of voelbaar hoeft te zijn. Daarom is het belangrijk dat moeder en baby gelijktijdig behandeld worden, anders zullen zij elkaar steeds weer besmetten.

Hoe kan je spruw herkennen?
De baby heeft dan meestal een of meerdere van de volgende symptomen:
• witte plekjes die niet weg te poetsen zijn, binnenin het mondje, op de tong, op de binnenzijde van de wangetjes
• witte, kaasachtige laag op de tong, die niet weg te poetsen is
• luieruitslag, meestal vurig rood en erg hardnekkig
• huiduitslag op vochtige, warme plekken, zoals oksels, liezen en in de huidplooien

Sommige baby's hebben spruw zonder een van bovenstaande zichtbare symptomen. Vaak blijkt dan uit gedrag in combinatie met symptomen bij de moeder dat er toch sprake moet zijn van spruw. Het gedrag van de baby dat hier op kan wijzen:

• herhaaldelijk loslaten en wegstrekken tijdens de voeding
• het maken van klakkende geluiden tijdens het drinken
• weigeren van de borst
• krampjes, winderigheid en onrust
• huilen / krijsen na het plassen (de urine bijt op de door luieruitslag aangedane huid)

Hoe herken je candidiasis bij jezelf?
Je kan last hebben van een of meer van onderstaande symptomen:

• stekende pijn aan de tepel of in de borst tijdens en tussen de voedingen, na een periode van probleemloos voeden
• stekende pijn aan de tepel of in de borst tijdens het voeden, die niet vermindert door beter aanleggen en aanhappen
• jeukende of brandende tepels die er rozer of roder dan normaal uitzien, glimmen en / of opgezet zijn
• tepelkloven die niet willen genezen
• aanraking van kleding aan de tepel niet kunnen verdragen
• kolven is pijnlijk
• een vaginale schimmelinfectie

Je kan echter candidiasis hebben zonder zichtbare of duidelijk voelbare symptomen.

Spruw behandelen
Bij de behandeling is het van belang dat zowel jij als je baby tegelijkertijd en gedurende minimaal twee weken behandeld worden met medicijnen. Ook wanneer maar een van beiden symptomen heeft. Als er alleen sprake is van een vaginale schimmelinfectie, volstaat behandeling van de moeder.

Er zijn verschillende medicijnen tegen schimmelinfecties. De keuze van het middel is afhankelijk van je huisarts, voorbeelden zijn Nistatine, Miconazol, Fluconazol. Al deze antischimmelmiddelen zijn verenigbaar met borstvoeding, je hoeft dus niet te stoppen met voeden.

Kijk ook eens op de pagina van "borstvoeding natuurlijk", zere tepels en schimmelinfectie.

 

 

 

 

 

 

 

Verlof
Na de bevalling heeft je partner recht op twee werkdagen verlof. In de meeste gevallen zal de werkgever het salaris doorbetalen tijdens dit verlof.

Lees hier meer over op de site van SZW : www.rijksoverheid.nl   

 

 

 

 

 


vitamine K

In Nederland krijgen alle pasgeboren baby's direkt na de geboorte vitamine K. We geven dan een dosis (druppeltjes) die voldoende is voor een hele week. In sommige ziekenhuizen krijgen de baby's na een moeizame bevalling vitamine K per injectie, zodat men zeker weet dat er voldoende vitamine K in het lichaam beschikbaar is.

Bij baby's die borstvoeding krijgen, wordt geadviseerd vanaf de achtste dag eenmaal per dag vitamine K-druppels te geven gedurende de eerste drie maanden.De dosering is 150 microgram per dag. Je kunt het beste de vitamine K van Davitamon kopen.

Aan flesvoeding is vitamine K al door de fabrikant toegevoegd. Je hoeft je baby dus geen extra druppels te geven.

Waarom geeft men vitamine K?
Vitamine K wordt deels gevormd in de darmen. Men veronderstelt dat pasgeborenen nog niet voldoende van dit vitamine K kunnen vormen. Er wordt vanuit gegaan dat dit rond drie maanden wel voldoende aangemaakt wordt.

Vitamine K is een noodzakelijk onderdeel in de keten van de bloedstolling. Bij een tekort aan vitamine K zal het bloed niet goed kunnen stollen.

 

 

 

 

 

 

 

Vitamine D

Vitamine D, een vetoplosbare vitamine, is belangrijk voor sterke botten en tanden en bevordert de opname van de mineralen calcium en fosfor in het lichaam. Vitamine D speelt ook een rol bij de instandhouding van de weerstand en bij een goede werking van de spieren. De belangrijkste bron van vitamine D is het zonlicht. Vitamine D wordt onder invloed van zonlicht in de huid aangemaakt.


Zuigelingen en Kinderen in de groei hebben veel vitamine D nodig voor de opbouw van de botten en tanden. Voor kinderen tot vier jaar is deze hoeveelheid zó groot dat die niet door de voeding kan worden geleverd. Naast vitamine D uit de voeding is het lichaam ook in staat vitamine D te maken onder invloed van de zon. Maar ook deze aanmaak is tot ongeveer het 4de levensjaar niet voldoende. Daarom geldt het advies kinderen tot vier jaar extra vitamine D te geven in de vorm van druppels.
Ook de moeders die borstvoeding geven wordt geadviseerd vitamine D te gebruiken. Dit is belangrijk om botontkalking op latere leeftijd tegen te gaan.