DISCLAIMER - © 2018
boeken
baby

Laboratorium

Aan het begin van de zwangerschap krijg je van ons formulieren mee om  bloed te laten prikken. Dit kan op de locaties, waarvan je de adressen hieronder vindt. Je hoeft geen afspraak te maken, maar kunt gewoon binnenlopen. De uitslagen van deze onderzoeken worden naar de praktijk gestuurd. Je krijgt deze van ons terug, zodra ze binnen zijn.

De bepalingen die wij laten doen zijn: bloedgroep, rhesusfactor, suiker, ijzer, een aantal infecties, waaronder; HIV, hepatitis, rode hond, lues en de 5e ziekte.

Mochten er bijzonderheden te melden zijn, dan bellen wij je met de uitslag. zodra wij deze binnen hebben.
 

Je kunt voor het bloedprikken terecht op diverse locaties:

Het artsenlab heeft een mobiele dependance in Lisse.


Op maandag en vrijdag kun je van 08.45-10.00 terecht in het Poelhuys, Vivaldistraat 4 te Lisse.
Op dinsdag, woensdag en donderdag kun je terecht van 08.45-10.15  in het gezondheidscentrum Oranje Nassau, op de eerste verdieping naast onze spreekkamer.

Spaarne ziekenhuis Hoofddorp
In het Spaarne ziekenhuis in Hoofddorp kun je je ook laten prikken. Het laboratorium bevindt zich in de centrale hal en is doordeweeks  geopend  van 08.30-16.30 uur.

Andere lokaties:                                                                                                                                 Op de achterkant van het laboratoriumformulier staan alle lokaties in de bollenstreek genoemd.
 

Prenatale screening

Erfelijke en aangeboren aandoeningen bij het ongeboren kind komen relatief weinig voor: van elke 100 kinderen in Nederland worden er 96 gezond geboren. Bij 4 van de 100 kinderen is er dus sprake van een meer of minder ernstige aandoening.

Wanneer je  wilt weten of je een verhoogde kans op een kindje met een aangeboren afwijking hebt, zijn er twee opties die je kunt overwegen. Deze onderzoeken noemt men prenatale screening.

1   Combinatietest
Dit is een combinatie van een nekplooimeting (dit is een echoscopische meting van het vocht dat te zien is in het nekgebied van een kind) en een vroege serumscreening (dit is een bloedonderzoek uit moederlijk bloed ) tussen 11 en 13 weken.

Het doel is, je kans te bepalen op het krijgen van een kind met chromosoomafwijking. De meest bekende is het Syndroom van Down. Vanaf 1 april 2011 zijn hier nog twee afwijkingen bij gekomen, het syndroom van Edwards en het Syndroom van Patau. Deze aandoeningen heten alle drie trisomie. Dit betekent dat er een chromosoom extra te vinden is naast de gewone dubbele chromosoomparen Door de uitkomsten van beide testen te combineren met de  leeftijd van een vrouw, kan een risicoschatting worden gegeven. Hierdoor kun je te weten komen of je een verhoogde of een verlaagde kans hebt op trisomie ofwel een gemiddelde kans.

Deze risicoschatting is een kansberekening en geen diagnose, het stelt dus niet vast of het kind wel of niet een afwijking heeft. De uitslag kan ten onrechte geruststellen, het kind blijkt dan later toch een afwijking te hebben, alhoewel deze kans niet groot is. Andersom kan de uitslag ook ten onrechte verontrusten, het kind blijkt later toch geen afwijking te hebben.Bij de test wordt een grens van 1 op 200 aangehouden. Het blijkt dat men bij deze grenswaarde 95 % van de kinderen met een chromosoomafwijking vind en er zullen niet teveel onnodige, risicovolle vervolgonderzoeken gedaan worden.

Dit onderzoek is belangrijk voor vrouwen met een vergroot risico op een kind met een chromosoomafwijking door hun leeftijd of een aandoening die in de familie voorkomt. Je verzekering draagt dan de kosten.

Alle andere zwangeren hebben vanaf begin 2006 ook de mogelijkheid deze combinatietest te laten doen, op eigen verzoek. De verzekering dekt niet altijd de kosten. Dit is na te vragen bij je eigen verzekeraar. De kosten bedragen ongeveer € 153,-

Een gunstige uitslag betekent een kleinere kans op een kind met het syndroom van Down dan gemiddeld ( het cijfer dat je dan krijgt ligt in elk geval hoger dan 1  op 200 en in principe ook hoger dan het gemiddelde voor jouw leeftijd) Een ongunstige uitslag betekent een grotere kans op een kind met het syndroom van Down ( het cijfer is dan lager dan 1 op 200). Maar een grotere kans is niet hetzelfde als een grote kans!  Stel dat de uitslag 1 op 150 is: dat betekent dat 149 vrouwen een gezond kind krijgen en 1 vrouw een kind met het syndroom van Down.

En wat na een ongunstige uitslag?
Na informatie hierover, kun je vervolgens zelf beslissen om wel of niet vervolgonderzoek te laten doen.       Dit vervolgonderzoek geeft zekerheid over het al dan niet krijgen van een kind met het syndroom van Down of één van de andere twee chromosoomafwijkingen. We verwijzen je voor een gesprek en verder onderzoek door naar de afdeling Prenatale Diagnostiek van het ziekenhuis, waar door middel van een vlokkentest  of een vruchtwaterpunctie                         een zekere uitslag wordt verkregen. Een vlokkentest is de meest gebruikelijke methode van vervolgonderzoek. Dit onderzoek heeft iets meer risico dan een vruchtwaterpunctie, maar de test kan veel vroeger in de zwangerschap gedaan worden.


2   Structurele echo bij 20 weken
Dit is een standaardecho rond, 20 weken waarbij er uitgebreid gekeken wordt naar zichtbare kenmerken die duiden op een afwijking.  De echografist kijkt naar het hart, de blaas, nieren, wervelkolom en onder andere de groei.Tevens zoeken ze naar zogenaamde "softmarkers". Dit zijn bevindingen, die niets betekenen als ze op zichzelf staan, maar kunnen duiden op een afwijking als er meerdere van deze softmarkers zichtbaar zijn. Structurele afwijkingen kunnen op deze manier ontdekt worden. Er zijn aandoeningen die niet zichbaar zijn, zoals stofwisselingsziektes en er zijn aandoeningen die pas later tot ontwikkeling komen. Dit onderzoek geeft veel informatie, maar het gaat over ZICHTBARE afwijkingen.


3   Screeningsecho
Als er in de familie aangeboren afwijkingen voorkomen, bij de ouders zelf, broers, zussen of aanstaande grootouders, dan kom je wellicht in aanmerking voor een screeningsecho. Dit is een echo uitgevoerd in het ziekenhuis, door een gespecialiseerde arts. Men gaat dan gericht op zoek naar de aangeboren afwijking in kwestie en tevens wordt er uitgebreid gekeken naar het skelet, de hersenen, het hart, de nieren en urinewegen.

Ook voor de screeningsecho geldt dat soms iets gezien wordt wat ongerustheid veroorzaakt, soms wordt ook iets over het hoofd gezien. Zowel voor de combinatietest als voor de screeningsecho geldt dat we wel veel meer duidelijkheid kunnen geven, maar garanties over gezondheid of de afloop van de zwangerschap kunnen we niet geven. 

Meer informatie over erfelijke en/of aangeboren aandoeningen kun u vinden op: